Interview

admin | 16/05/11 |

Mooier licht dan hier bestaat niet

Interview met Michiel Johannes Jansen, 25 augustus 2010

De voorstelling Blaarkoppen is gebaseerd op essays en gedichten van C.O. Jellema. Hoe ben je met zijn werk in aanraking gekomen?

Jellema ben ik op het spoor gekomen toen ik met het decor voor de voorstelling Eindspel van Beckett bezig was. Ter inspiratie las ik de filosoof Cioran, die de middeleeuwse mysticus Meister Eckart aanhaalt. Jellema was de vertaler van Eckart. Ik ben zijn gedichten gaan lezen, om te beginnen zijn laatste bundel Stemtest. Wat me aansprak is dat het werk is dat gemaakt is in een omgeving. Jellema zoekt zijn beelden in de natuur, zoals die om hem heen verschijnt, in de vorm van bloemen, planten, krabbetjes. Zijn eigen bestaansverhaal zoekt hij terug in zijn omgeving. Jellema werd in zijn gedichten vrijer naarmate hij ouder werd, minder vormvast, dat fascineerde mij ook. In zijn werk zit een streven naar heel zijn. Er is altijd wel iets niet gelukt in het leven, de liefde, de vriendschap. Die poging om dat onder woorden te brengen vind ik belangrijk.
Toen hij dood was verschenen zijn essays en voordrachten. Hierin sleept hij er voortdurend werk van anderen bij om zijn eigen werk als dichter en vertaler te duiden. Het verbindingen leggen met de traditie en werk van andere schrijvers blootleggen, inspireert mij ook.
Jellema’s werk staat buiten de modes en stromingen van de afgelopen decennia. Vanaf de jaren zestig is hij zijn eigen weg gegaan, naast het strijdgewoel. Zijn oeuvre is niet heel bekend geworden. Ik vind het mooi om het nu te laten horen.

Hoe is het plan ontstaan de teksten van Jellema in een weiland te laten klinken?

In 2005 heb ik met ’t Barre Land twee voorstellingen met teksten van Beckett op het Oerolfestival gemaakt: Eindspel en Mal Vu Mal Dit. De laatste bestond uit een bandopname die we lieten horen in een kas, midden in de duinen van Terschelling, bij zonsopkomst. We gaven de toeschouwer de mogelijkheid zich volledig te concentreren op de tekst. De kas was een soort bubbel in het landschap, een gebied waar je ongestoord kon luisteren. Bij Blaarkoppen heb ik een vloer in het weiland gelegd. Hier zijn geen wanden, is ruimte voor chaos, de omgeving mag meer inbreken. Na jarenlang in het theater te hebben gewerkt met een vaste opstelling, min of meer vaste spelregels en toneelrepertoire, had ik hier behoefte aan.
Van Jellema koos ik fragmenten van essays en poëzie, teksten zonder opvoeringstraditie. Zijn werk te laten horen in het Groningse landschap is een open deur. Hij woonde er, hield ervan, schreef erover. Beckett speelden we middenin de natuur. Bij Blaarkoppen zet ik het publiek in een oud cultuurlandschap. Ik geloof dat de monniken zijn begonnen het te ontginnen. En koeien zijn ook door mensen gecreëerd, het ras Blaarkoppen dateert uit de Middeleeuwen.

Kun je iets vertellen over het titelgedicht van de voorstelling?

Het gedicht ‘Ontmoeting met een blaarkop’ bood voor mij een opening tot het werk van Jellema. Ik ben op onderzoek uit gegaan naar dit ras. Het leek me mooi als er in de voorstelling een echte ontmoeting met die koeien zou kunnen plaatsvinden, net als in het gedicht. En het moest een verhaal worden van nu. Waarom zie je de Blaarkoppen minder dan andere koeien, vroeg ik me af. En dan kom je op thema’s als duurzaamheid en het veranderend landschap.
Dat er naar ons gekeken wordt door dieren is iets dat wij totaal vergeten. De mens denkt zichzelf los van de hele evolutie, maar wij zijn ook compost, uiteindelijk. Wij mensen halen dieren in huis, gebruiken ze, zijn ervan afhankelijk.
Het ras Blaarkoppen is bijna uitgestorven, dat is zoiets griezeligs. Voor het behoud van de natuur, van diersoorten ligt bij mensen een enorme verantwoordelijkheid. Een paar boeren vanuit bedrijfseconomische argumenten gewoon doorgegaan met het fokken van Blaarkoppen. Het ras levert minder melk dan de alomtegenwoordige Holsteiners, maar als de melkproductie te gering wordt leveren ze nog uitstekend vlees, in tegenstelling tot de Holsteiners. Blaarkoppen doen het goed op het Groningse gras. Ze zijn ijzersterk, niet ziektegevoelig en je kunt ze makkelijk buiten laten. We hebben de afgelopen vijftig jaar veel nieuwe soorten ontwikkeld, maar sommige soorten bestaan al honderden jaren. Het een vervangt het andere niet.


Hoe is het om buiten in het weiland te werken?

Door een locatie voor deze voorstelling te zoeken ben ik ook met andere partners in gesprek gekomen, zoals boeren. Zij verheugen zich op de poëzie, niet op de koeien, die zien ze elke dag. Ik werk graag met mensen die zich bezig houden met duurzaamheid, de larikshouten vloer komt bijvoorbeeld uit de Drentse bossen. Ik zoek mensen die zich hard maken voor bepaalde waarden.
Het buiten werken is aangenaam chaotisch. De wind werkt soms tegen en het licht is echt alles. In het theater wordt nooit echt ingebroken, hier voortdurend, vooral door het licht, dat continu verandert. Door een uur midden in het weiland te zitten word je hier meer bewust van. En mooier licht dan hier bestaat niet. Het jaargetijde waarin we spelen is ook van belang. Ik houd van september, oogsttijd, de zon die laag over de akkers scheert, het onstuimige weer.
Het geluid werkt ook anders dan in het theater. Het geluid moet dichtbij je zijn, juist ten opzichte van de enorme ruimte om je heen.
Het beeld van de voorstelling heeft te maken met Becketts Eindspel. Hij schrijft een ruimte voor met een vloer van drie bij drie bij drie, een heilige maat. Hierop slijten de personages hun dagen. Clov zegt: het is de mooiste plek. Voor Blaarkoppen heb ik die maten uitvergroot. De voorstelling speelt zich af op negen vlakken van drie bij drie.
Het beeld moest heel schoon worden ten opzichte van het natuurgeweld, al die grassprieten. En de voorstelling moest een zekere vlotheid hebben, niet het classicisme van Jellema laten horen maar juist zijn lichtheid. Ik wilde graag met Veerle werken, om haar mooie stem, maar ook omdat dit voor ons allebei iets is wat we nog nooit hebben gedaan. Zij heeft jaren bij het Noord Nederlands Toneel voorstellingen gemaakt, ik bij ’t Barre Land. Dit is haar eerste monoloog. We zijn op een zelfde soort punt, de voorstelling is een plaatsbepaling. Wat willen we nu vertellen en hoe?
Ik wilde met ‘n actrice werken. Intimiteit is belangrijk tegenover de omvang van het landschap. De overkapping van tentdoek zorgt dat we droog blijven maar draagt ook bij aan een gevoel van intimiteit. En dan dat enorme uitzicht.

Sanneke van Hassel

Comments Off on Interview